Selecteer een pagina

Als je pompoen zegt, denken de meeste mensen meteen aan Halloween.  Maar  waar komt dat  gebruik eigenlijk vandaan…?

Het wel  bekende beeld van Halloween zijn de uitgeholde pompoenen die als versiering rondom huizen zijn gezet. Verklede kinderen gaan langs de huizen voor ‘trick or treat’. De verklede kinderen geven de bewoners van de huizen de keuze tussen een plagerijtje of iets lekkers, met de bedoeling dat de kinderen wat lekkers ontvangen.

Dit gebruik loopt ver terug, tot aan de Kelten. De naam Halloween is afgeleid van Hallow-e’en wat eigenlijk All Hallows Eve betekend. Dat is de vooravond van Allerheiligen (1 november).
In het Keltische gebruik begon het nieuwe jaar op 1 november, waardoor 31 oktober oudejaarsavond was. Volgens de Kelten was 31 oktober het einde van de zomer én de dag waarop de scheiding tussen onze wereld en de geestenwereld flinterdun was. Daardoor konden de goede en kwade geesten naar onze wereld zweven. Om de huizen tegen die kwade geesten te beschermen, werden  door de Kelten enge gezichten gesneden in koolrabi’s.
Dit gebruik is overgenomen door de Amerikanen toen grote groepen Schotse en Ierse immigranten naar Amerika kwamen. Zij gebruikten in plaats van de koolrabi, de pompoen.

In de loop der jaren is het gebruik getransformeerd. Waar het in het begin van de twintigste eeuw echt nog een kinderfeest was, is het ook steeds belangrijker voor volwassenen geworden. Het griezelaspect is door de verkleedpartijen steeds belangrijker geworden.

Inmiddels is het feest steeds populairder, ook in Nederland, België en andere Europese landen.  In sommige delen van Nederland en België is rond dezelfde tijd Sint-Maarten.